Een zero exchange ratio bij juridische splitsing en fusie?

U hebt het vast ook wel eens meegemaakt. Een voor u als jurist duidelijke regeling wordt opeens door andere juristen – pour besoin de la cause – anders geïnterpreteerd en op andere wijze toegepast. Juridische spitsvondigheden van andere personen brengen u ertoe dat u geneigd bent uw interpretatie van de regeling te herzien. Nu is natuurlijk niets zeker in ons leven maar op sommige zekerheden wilt u zich kunnen blijven baseren, ook al weet u dat het uiteindelijke resultaat wellicht ook op een andere wijze kan worden bereikt.

Lees het hele artikel.

Inbrengcontrole onder de gewijzigde tweede EEG-Richtlijn en de toepassing van nieuwe vrijstellingen

Op 15 oktober 2006 is de gewijzigde tweede Europese Richtlijn, met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal (de “Richtlijn”) in werking getreden.

1. De lidstaten hebben tot 15 april 2008 om de gewijzigde Richtlijn te implementeren in de nationale wetgeving. Met de Richtlijn wordt beoogd er voor te zorgen dat het kapitaal van naamloze vennootschappen in stand wordt gehouden zulks ter bescherming van de belangen van de schuldeisers. Daarnaast bevat de Richtlijn regels ten aanzien van de gelijke behandeling van aandeelhouders en daarmee de bescherming van minderheidsaandeelhouders. Niet alle oorspronkelijke bepalingen van de Richtlijn bleken de hiervoor genoemde bescherming adequaat te kunnen bieden. Uiteindelijk werd besloten tot een Europees onderzoek naar de mogelijkheden tot een vereenvoudiging en modernisering van het Europese vennootschapsrecht. In 1998 werd The Company Law SLIM Working Group in the Simplification of the First and Second Company Law Directives ingesteld. Het rapport van deze werkgroep, dat de nodige vereenvoudigingen voorstelde, heeft aanleiding gegeven tot het instellen van de High Level Group of Company Law Experts, onder voorzitterschap van Jaap Winter.

2. In 2002 kwam de High Level Group met een uitgebreid rapport over de modernisering van het Europese vennootschapsrecht. Onder andere op het terrein van de kapitaalbescherming doet de High Level Group voorstellen tot wijziging van de Richtlijn. Een deel van de voorstellen heeft inmiddels daadwerkelijk tot wijziging van de Richtlijn geleid namelijk: (i) verruiming van de mogelijkheid tot inkoop van eigen aandelen, (ii) verruiming van de mogelijkheid voor een vennootschap tot het verlenen van financiële steun aan derden, en (iii) het achterwege laten van een deskundigenverklaring bij een inbreng anders dan in geld indien een duidelijk referentiepunt bestaat voor de waardering. In dit artikel bespreken wij alleen de laatstgenoemde wijziging. Doel van de wijziging van de Richtlijn is de bevordering van de efficiëntie en het concurrentievermogen van het bedrijfsleven zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan de genoemde bescherming van aandeelhouders en schuldeisers.

3. Ook is de Richtlijn gericht op het vereenvoudigen en verlichten van administratieve lasten voor N.V.’s. Door het grote aantal keuzemogelijkheden dat de lidstaten met de wijziging wordt geboden is het maar de vraag in welke mate de wijzigingen zullen leiden tot een verdere harmonisatie van het vennootschapsrecht binnen de Europese Unie, voor kapitaalvennootschappen van het type naamloze vennootschap. Door de op korte termijn te  verwachten vereenvoudiging en flexibilisering van de wetgeving voor B.V.’s, waarbij onder andere de inbrengcontrole door een deskundige wordt afgeschaft, gaan de regels omtrent de inbreng voor N.V.’s en B.V.’s uit elkaar lopen. Op die verschillen gaan we hier niet verder in.

Lees het hele artikel.

Richtlijn betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen definitief en in werking getreden

Op 20 september 2005 is eindelijk de Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (voorheen aangeduid als de Tiende Richtlijn) door de Raad van de Europese Unie aangenomen (hierna ‘de Richtlijn’). [1] Een eerste voorstel voor een dergelijke richtlijn verscheen al twintig jaar geleden. Omdat de problematiek van de medezeggenschap van de werknemers voor moeilijkheden zorgde, kwam de behandeling stil te liggen. Pas in 2001 werd verder gegaan met de ontwikkeling van nieuwe voorstellen, omdat in dat jaar ook voor de Europese vennootschap (‘SE’) een compromis werd bereikt ten aanzien van de medezeggenschap van de werknemers. Voor de werknemersmedezeggenschapsregeling in de Richtlijn heeft de regeling van de SE als uitgangspunt gediend. De hoofdregel in de Richtlijn wijkt echter af van die bij de SE. Bij de totstandkoming van een SE, bijvoorbeeld door een fusie, is de vorm van de medezeggenschapsregeling in beginsel afhankelijk van hetgeen daarover wordt overeengekomen, terwijl de medezeggenschapsregeling die op de verkrijgende vennootschap bij een grensoverschrijdende fusie onder de Richtlijn van toepassing wordt, in beginsel wordt gekoppeld aan de wetgeving van de lidstaat waar de statutaire zetel van de verkrijgende vennootschap is gelegen. De Richtlijn kent een aantal uitzonderingen op het beginsel waarbij de statutaire zetel leidend is. Die uitzonderingen zijn wel gebaseerd op enkele beginselen en procedures van de communautaire regelingen uit de Verordening van de Raad betreffende het statuut van de Europese vennootschap (hierna:’SE-Verordening’). [2] De Richtlijn treedt in werking twintig dagen na de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. De Richtlijn is op 25 november 2005 in het officiële Publicatieblad van de Europese Unie (L 310) gepubliceerd. De Richtlijn is op 15 december 2005 in werking getreden (art. 20) en zal uiterlijk op 15 december 2007 in de Nederlandse wetgeving moeten zijn geïmplementeerd. Het is te hopen dat Nederland er in slaagt om op tijd daaraan te voldoen. In dit artikel worden bepaalde onderdelen uit de Richtlijn verkend.

Lees het hele artikel.

Enige (notariële) opmerkingen bij de herziening van het regime voor de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting

Op 1 januari 2003 is het regime voor de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting gewijzigd.

1 De nieuwe wet gaat gelden voor fiscale eenheden die op of na 1 januari 2003 worden gevormd doch geldt ook voor reeds  bestaande fiscale eenheden.

2 De wetgever wil met de wetswijziging komen tot een uniforme regeling voor alle fiscale eenheden. Op grond van een delegatiebevoegdheid heeft de staatssecretaris nadere regels opgesteld in het Besluit fiscale eenheid 2003, Stb. 646 (“het Besluit”).

3 De mogelijkheden tot het aangaan van een fiscale eenheid zijn verruimd onder andere door de verlaagde bezitseis van 95% van het nominaal gestorte kapitaal en de mogelijkheid om in de loop van een boekjaar een fiscale eenheid aan te gaan. In deze bijdrage wordt eerst kort aangegeven op welke wijze een eenheid kan worden aangegaan. Vervolgens wordt in het bijzonder ingegaan op twee in het Besluit nader geregelde onderwerpen die voor de ondernemingsrechtelijke (notariële) praktijk van belang zijn en wel het gewijzigde bezitsvereiste en de voeging in de loop van een boekjaar van vennootschappen met al dan niet samenvallende statutaire boekjaren. Tevens wordt aandacht besteed aan de verbreking van de fiscale eenheid zonder terugwerkende kracht en de sanctie (“de zestiende standaardvoorwaarde”).

Lees het hele artikel.