Juridische fusies en splitsingen “zonder effecten”

In de afgelopen jaren zijn verschillende fusies en splitsingen tot stand gebracht die niet aan alle door de wet vereiste kenmerken lijken te voldoen. Sommige daarvan zijn in de literatuur beschreven. Fraaie termen als rolluikfusies en nul-ruilverhouding werden daarbij geïntroduceerd. Van Boxel, Dortmond, Koster, Schoonbrood, Van Olffen en Van Solinge constateren dat in zodanige gevallen het risico bestaat dat de beoogde fusie of splitsing niet tot stand is gekomen.1 Niet omdat de fusie of splitsing blootstaat aan een vernietiging ex art. 2:323/2:334u BW, maar omdat niet voldaan wordt aan één (of meer) van de essentiële kenmerken van een fusie of splitsing. Andere geluiden zijn er ook. Zaman, Van Eck en Roelofs betogen dat een nationale fusie en splitsing niet aangetast zouden moeten kunnen worden indien er andere formele of materiële gebreken zouden zijn dan genoemd in art. 2:323/2:334u BW.2 Zij gaan daarbij zelfs zo ver, dat zij voor die andere gebreken “de bal volledig aan de (voet)verklaring van de notaris” leggen.3 Met andere woorden, de notaris bepaalt door het tekenen van de authentieke akte met de voetverklaring dat er sprake is van een geldige fusie of splitsing. Indien deze visie gevolgd zou worden, dan zou voorbijgegaan kunnen worden aan een of meer essentialia van fusie en splitsing. Deze stelling is misschien aardig als discussiepunt voor wenselijk en dus toekomstig recht. Naar huidig recht zien wij er niets in. Wij komen in de praktijk steeds vaker in aanraking met adviezen en uitwerkingen van fusies en splitsingen waarbij al te gemakkelijk met essentialia van die rechtsfiguren lijkt te worden omgesprongen. Voldoende reden om in deze bijdrage nader in te gaan op de vraag wanneer juridische (grensoverschrijdende) fusies en splitsingen non-existent dan wel vernietigbaar zijn.

Lees het hele artikel.