Stockdividend: getapt uit twee vaatjes

In deze bijdrage geven de schrijvers enkele vennootschapsrechtelijke en effectenrechtelijke beschouwingen ten aanzien van stockdividend bij beursfondsen. Er moeten vennootschapsrechtelijk twee regelsystemen doorlopen worden, in elk waarvan verschillende organen verschillende bevoegdheden kunnen hebben. Voor de toekenning van stockdividend is vaak een uitgifte van (nieuwe) aandelen nodig. Voor de besluitvorming zal gekeken moeten worden naar de regels omtrent uitgifte van aandelen enerzijds maar ook naar die omtrent (winst)uitkeringen anderzijds. Hierin schuilt juridisch gezien het hybridische karakter van stockdividend. Wat het  vennootschapsrechtelijke instrumentarium betreft tapt stockdividend uit twee vaatjes. Ook aan de  financieelrechtelijke kant van het effectenrecht kan bij een stockdividend uit verschillende vaatjes worden getapt. De keuze van de prospectusvrijstelling bij stockdividend kan belangrijk zijn voor de vraag of bij een andere uitgifte van aandelen ter versterking van het eigen vermogen nog volledig uit het vaatje van de sub-ten-prospectusvrijstelling van art. 5.4 sub 1 Wft kan worden getapt. Ook voorwetenschapskwesties zullen zich kunnen voordoen indien voor het dividend gekozen kan worden uit twee vaatjes (cash of aandelen). Volgens de schrijvers kan het risico van voorwetenschap op eenvoudige wijze worden beperkt. De wijze waarop het dividendvoorstel is verwoord, is daarbij van belang.

Lees het hele artikel.