Lekken in het verzwakte structuurregime bij drinkwaterbedrijven en vennootschappen met een one-tier board

De Drinkwaterwet die op 1 juli 2011 in werking is getreden en de Wet bestuur en toezicht die op 31 mei 2011 door de Eerste Kamer is aangenomen, kennen beperkingen voor structuurvennootschappen op het gebied van benoemingsrechten. Auteurs staan stil bij deze beperkingen en een aantal eigenaardigheden van deze regelingen, evenals bij de samenloop daarvan. In de Drinkwaterwet wordt voor drinkwaterbedrijven in de vorm van een naamloze vennootschap (NV) het verzwakte structuurregime verplicht voorgeschreven met als doel de versterking van de lokale democratie. Lagere overheden, in hun hoedanigheid als aandeelhouders, kunnen door deze wijziging direct invloed uitoefenen op de samenstelling van het bestuur van zulke drinkwaterbedrijven. Schrijvers staan stil bij de afwijkingen ten opzichte van de structuurregeling uit Boek 2 BW. Zo is het verzwakte structuurregime ook zonder de door de Drinkwaterwet voorgeschreven statutenwijziging al vanaf 1 juli 2011 van toepassing op drinkwaterbedrijven in de vorm van een NV. Schrijvers besteden daarbij tevens aandacht aan het loskoppelen van het verplichte verzwakte structuurregime van de vereisten die Boek 2 BW stelt voor structuurvennootschappen en de governanceproblemen die dit met zich meebrengt, evenals aan het ontbreken van een regeling voor drinkwaterbedrijven in de vorm van een besloten vennootschap (BV). De nog in werking te treden Wet bestuur en toezicht kent geen regeling voor een verzwakt structuurregime bij een one tier board. Schrijvers staan stil bij het gemis van deze regeling en de behoefte die in de praktijk aan deze regeling bestaat, alsmede bij de mogelijkheden voor een drinkwaterbedrijf om een one tier board in te voeren.

Lees het hele artikel.